Forum
GLOBALISERING VAN DE KLASSENSTRIJD Afdrukken

 

Er is nog een lange weg te gaan alvorens er is afgerekend met de kapitalistische chaos, maar de vonken van de sociale strijd in Azië, Afrika en Latijns Amerika  schoten de laatste maanden alle kanten uit.

Niet vergeten moet worden dat het verschil in economische en politieke  ontwikkeling tussen de verschillende landen enorm is. Senegal is Brazilië niet en Guinee niet Taiwan, om slechts enkele te noemen. Ze hebben gemeen dat de acties van de arbeiders in de eerste helft van 2010 er heel belangrijk zijn geweest.

Het waren geen directe aanzetten tot fundamentele maatschappelijke verandering. Nergens vonden opstanden plaats, die aankondigden dat de verovering van de macht door de onderliggende klassen voor de deur stond, maar toch.

In weinig jaren hebben landen als India, China,  Indonesië, Brazilië, Zuid-Korea , Singapore en Taiwan een technische en economische vooruitgang geboekt waar de westerse landen eeuwen over hebben gedaan. Een dergelijke ontwikkeling kan en zal ook op sociaal gebied  plaatsvinden. Wat de laatste maanden is gebeurd wijst daar op.

Er is in genoemde landen weliswaar al een groep heel rijke mensen, de nationale kapitalistische staat is nauwelijks gevormd. Ook de arbeidersklasse is politiek nog zeer jong en nauwelijks georganiseerd. Zij zal zich, om met Marx te spreken: als klasse moeten organiseren. Veel acties en stakingen hadden  het verkrijgen of beschermen van vakbondsrechten tot doel, wat betekent dat het klassebewustzijn van de arbeiders aan het ontkiemen is. Dat de beweging in een groot aantal landen tegelijk plaatsvindt toont dat er sprake is van globalisering van de arbeidersstrijd.                                         

De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) te Genève stelt in zijn jaarverslag dat de vakbondsrechten het meest geschonden werden in Rusland, Turkije, Zuid-Korea, Guatamala, Panama en Egypte.

Over de graad van vakbondsorganisatie geeft het jaarverslag de volgende cijfers.

China 21,5%, Zuid-Afrika 14,4%, Brazilië, 11%, Columbia 9,5%, Algerije 10,3%, Chili 6,7%, Gabon 5,9%, Paraquay 5,3% ,Mexico 5,2%, Guinee 3,8%, Senegal 3,5%, India 3,2%, Pakistan 1,6%, Thailand 0,6%.

 

DE STRIJD OP DE WERKVLOER

 

In Columbia waren in 2010  permanent acties bij de gasfabriek van BP in Casanara voor vakbondsrechten, betere lonen en verbetering van de arbeidsomstandig- heden.

In Zuid-Afrika had in  februari 2010 een staking plaats bij de lokale Coca Cola fabriek voor verhoging van het loon en verbetering van de arbeidsomstan- digheden 

In Gabon werd in de olie-industrie gestaakt in maart 2010 bij Shell en Total voor vakbondsrechten en verbetering van de werkomstandigheden.

In Guinee werd in maart 2010 gestaakt voor salarisverhoging bij de Compagnie des bauxites de Guinee ( voor 49% eigendom van de staat)

In Thailand waren in het hele najaar van 2009 en het voorjaar van 2010 stakingen bij de Michelinfabriek ten zuiden van Bangkok voor het verkrijgen van vakbondsrechten.

In Paraquay wordt sedert april 2010 actie gevoerd voor vakbondsrechten en verbetering van de arbeidsomstandigheden in de staalindustrie Acepar te Villa Hayes.

In Taiwan pleegden een aantal arbeiders zelfmoord tijdens de acties bij Foxconn  voor loonsverhoging en betere arbeidsvoorwaarden.in het voorjaar van 2010.

In Brazilië  werd in mei  2010 gestaakt bij de Renaultfabriek en bij Volvo voor hogere lonen.

In Chili werd in mei 2010  de kopermijn van Collahuasi door de arbeiders

geblokkeerd voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden en verhoging van de lonen. 

In juni 2010 waren acties en stakingen in:

 

Algerije herhaalde stakingen bij de staalfabriek van Arcelor Mittal te Annaba voor hogere lonen en verbetering van de arbeidsvoorwaarden.

Pakistan staking bij de scheepssloperij Gadani voor hogere beloning en verbetering van de arbeidsomstandigheden.

India staking bij de autofabriek Hyundai te Chennai voor vakbondsrechten.

Senegal staking om te verhinderen dat Shell zijn activiteiten sluit, wat volledig verlies van werkgelegenheid zou betekenen.

Mexico staking bij de goudmijn El Cubo van Gammon Gold voor loonsverhoging, verbetering van de arbeidsomstandigheden en vakbondsrechten. 

In China voorheen een overwegend agrarisch land wonen nu meer mensen in steden dan op het platte land. De miljoenen jongeren die er wonen en gestudeerd hebben maar alleen ongeschoolde arbeid kunnen vinden en/of langdurig werkloos zijn, vormen een ernstig  probleem wat dat nog groter zal worden als de jongeren zich gaan organiseren.. Het groot aantal bedrijfsongevallen in mijnen en fabrieken leidt tot steeds meer verzet. Ook zijn er de laatste tijd steeds vaker acties voor verbetering van de lonen en arbeidsvoorwaarden en groeit het verzet van mensen die uit hun huis of van hun grond af worden gezet omdat er op de plaats waar het huis staat of het land gelegen is een fabriek moet komen.

 

BANGLADESH

 

De meest recente acties waren in juni en juli jl. in Bangladesh. Meer dan 150 jaar geleden vernielden de Engelse arbeiders de fabrieken omdat er machinale weefgetrouwen in stonden die hen brodeloos hadden gemaakt. Uit die acties ontstonden de  vakbonden. Zojuist hebben de textielarbeiders in Bangladesh vijftig fabrieken verwoest. Waarom? Ze namen geen genoegen met het verhogen van hun salaris van 19 euro tot 32,6 euro per maand voor een arbeidstijd van 10 uur per dag gedurende 6 dagen per week. Vakbondsrechten bestaan er nauwelijks en vakbondsbestuurders worden zeer regelmatig in de gevangenis gestopt. De omzet van de kledingindustrie steeg van 1995 tot 2010 van 2 miljard dollar naar 12,5 miljard dollar ( 1,5 miljard euro naar 9,3 miljard euro). Soms moeten de arbeiders maanden wachten op betaling van hun salaris. De omzet van de kledingindustrie           (de belangrijkste in het land met 3,5 miljoen arbeiders) vertegenwoordigt 7% van het nationaal inkomen van Bangladesh.

De ondernemers hebben het recht wapens te dragen en hoeven nauwelijks belasting te betalen.  Vraag is uiteraard: Hoe lang zal dat allemaal nog duren?

Dat de vakbeweging in de rest van de wereld  alle steun die noodzakelijk is moet verlenen aan de strijd van de arbeiders in Afrika, Azië en Latijns Amerika is een vanzelfsprekende zaak.

 
OPEN BRIEF Afdrukken

 

 

Hieronder publiceren wij de Open Brief die de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden (yayasan Komite Utang Kehormatan Belanda) aan de Nederlandse politieke partijen heeft gezonden.

 

 

Aan de besturen en parlementsfracties van de Nederlandse politieke partijen.

 

Heemskerk 21 mei 2010.

 

Geachte dames en heren,

De reden waarom wij ons tot u richten is de volgende. Binnenkort zal er een nieuwe regering in Nederland worden gevormd en wij menen dat in het program van die regering plaats moet worden ingeruimd voor maatregelen die leiden tot een volledige breuk met het koloniale verleden van het land. De tijd daarvoor is meer dan rijp. Het is al ruim zestig jaar geleden dat er na driehonderdvijftig jaar een eind kwam aan de Nederlandse bezetting van Indonesië.

Laat ons er aan herinneren, dat de verovering van Indonesië begon met de komst van de `opperkoopman’ van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) Jan Pietersz. Coen en het plat branden van de stad Jakarta. Het was ook deze VOC, die gebruikmakend van slavernij en diefstal van grond, producten liet verbouwen die op de Amsterdamse markt het meeste geld opbrachten.

Nadien hebben vele generaties Nederlanders al dan niet in dienst van de VOC dat werk voortgezet. Zij vernietigden de inheemse cultuur, roofden de cultuurschatten van het land, dwongen de bevolking `blanke godsdiensten’ te belijden, moordden een groot deel van de bevolking van de Molukken uit tijdens de zogenaamde hongi-tochten, dwongen het volk tot herendiensten en het betalen van belasting, legden poenale sancties op, voerden het Cultuurstel van Van der Bosch in waardoor de landbouw van de bevolking op Java werd vernietigd met als gevolg dat er hongersnoden ontstonden en honderdduizenden mensen stierven; ze roofden alle grondstoffen van het land en dwongen grote groepen mensen tot transmigratie naar verre gebieden waar als gevolg van de erbarmelijke sanitaire toestanden talrijke dodelijke ziekten uitbraken.

Tegelijkertijd was er geen of nauwelijks onderwijs en gezondheidszorg voor de Indonesische bevolking. Er waren geen politieke rechten, wel was er gevangenisstraf en opsluiting in concentratiekampen (o.a. in Boven Digoel op Nieuw Guinea – Irian) voor Indonesiërs die opkwamen voor vrijheid van het volk en externering van Nederlanders die zich met het volk solidair verklaarden. Er bestond een schijndemocratische Volksraad die totaal geen macht bezat.

Nederland liet het Indonesische volk volkomen ongewapend en weerloos achter tegenover het Japanse leger toen dat in 1942 het land bezette.

Tenslotte was er van 1945 tot 1949 de oorlog van Nederland tegen Indonesië om te verhinderen dat het land zijn onafhankelijkheid, die in augustus 1945 was uitgeroepen, ook tot werkelijkheid kon maken.

Het was niet de eerste oorlog van Nederland in Indonesië. Er zijn heel wat oorlogen gevoerd en militaire expedities ondernomen op Sumatra, Java en in de zogenaamde Buitengewesten om het volk onder `geregeld bestuur’ te brengen d.w.z. om slavernij in te voeren en belastingplicht op te leggen.

Met dit koloniale verleden heeft Nederland nog steeds niet gebroken. Nog onlangs sprak de nu demissionaire premier met heimwee over de VOC-mentaliteit.

Nog altijd staan er standbeelden van massa-moordenaars in Nederlandse steden. Denk aan het beeld van Van Heutsz – de slachter van Atjeh- , aan de Velperweg in Arnhem, tijdens wiens regiem 70.000 Indonesiërs de dood vonden als gevolg van verzet tegen de Nederlandse bezetters.

Denk aan het nooit vervolgen van kapitein Westerling en zijn collega’s, die in Zuid-Sulawesi tienduizenden onschuldige mensen hebben vermoord en hebben laten vermoorden.

Denk ook aan al die straten in Nederland die naar Indonesische eilanden zijn genoemd of naar mannen die een `belangrijke functie’ vervulden bij de onderdrukking van het Indonesische volk. Waarom? Omdat ze doen denken aan een `roemrijk’ verleden!

Denk aan de verering van dat verleden in de geschiedenisboeken die in het onderwijs gebruikt worden.

Denk aan het feit dat geen enkele Nederlandse regering excuus heeft willen aanbieden aan het Indonesische volk voor al het onrecht dat het is aangedaan.

Denk aan de recente weigering van de nu demissionaire minister van Buitenlandse zaken om excuus aan te bieden aan de weduwen van de 431 mannen die vermoord werden door Nederlandse militairen in het Javaanse dorp Rawagede: omdat het al zo lang geleden is en hij nog niet geboren was in 1947 toen het gebeurde.

Het is een erezaak voor het Nederlandse volk om een eind te maken aan het koesteren van bewondering en eerbied voor het koloniale verleden dat gekenmerkt werd door roof en massamoord. In het bijzonder zal in alle sectoren van het onderwijs duidelijk moeten worden gemaakt hoe misdadig het kolonialisme is geweest tegenover de onderdrukte volken in Indonesië en Latijns Amerika.

De eerste daad zou moeten zijn het ongedaan maken van alle besluiten van de Nederlandse regeringen en het parlement die in het verleden zijn genomen om degenen die oorlogsmisdaden hebben begaan in Indonesië niet te vervolgen. Alsnog zullen de schuldigen voor de rechter moeten worden gebracht. Voor dergelijke misdaden kan geen verjaring bestaan.

Tevens zou excuus en financiële compensatie moeten worden aangeboden aan de nabestaanden van de slachtoffers van het Nederlandse optreden in Indonesië in de jaren na de Tweede Wereldoorlog.

In het nieuwe regeringsprogram zouden daartoe concrete maatregelen moeten worden geformuleerd.

 

Namens het bestuur van yayasan Komite Utang Kehormatan Belanda

Hoogachtend,

 

w.g.J.M.Pondaag

voorzitter

 

 

 van heutz26.5.10

 
OPROEP TOT STEUN VOOR PROCES TEGEN DE STAAT Afdrukken

                     de weduwen van Rawagedeh 

                            De weduwen van Rawagedeh

Op 9 december jl. was het 62 jaar geleden dat 431 mannelijke inwoners van het dorp Rawagedeh op Java door militairen van het Nederlandse leger zijn vermoord. Acht nog levende weduwen van vermoorde mannen en één mannelijke overlevende hebben de Nederlandse Staat gedagvaard. De slachtoffers eisen erkenning van het onrechtmatig handelen door de Nederlandse Staat en financiële compensatie.

De weduwen hebben de Staat niet alleen gedagvaard voor de moord op hun echtgenoten, maar ook voor het nalaten van strafrechtelijk onderzoek naar de gepleegde misdrijven en de executie van onschuldige, ongewapende burgers. De bevelvoerend officier onder wiens leiding de moorden werden gepleegd, majoor Wynen, is na overleg tussen de voormalige opperbevelhebber van de Nederlandse troepen generaal S.Spoor en procureur generaal Felderhof om opportunistische redenen niet vervolgd.

De Staat wil tot de dag van vandaag geen aansprakelijkheid op zich nemen voor de moorden met het argument dat de feiten zouden zijn verjaard. Een argument dat niet aanvaard kan worden voor oorlogsmisdaden en zeker niet op het moment dat de Nederlandse SS-er Boere in Duitsland wordt berecht voor moorden die hij  persoonlijk als lid van een moordcommando zou hebben begaan.
Bovendien kan een beroep op verjaring in geval van strafrechtelijk onderzoek niet baten, omdat oorlogsmisdaden strafrechtelijk niet verjaren.

De yayasan Komite Utang Kehormatan Belanda (Stichting Komité Nederlandse Ereschulden) behartigt de belangen van de Indonesische slachtoffers en treedt mede op als eisende partij in deze procedure. De stichting ontvangt voor zijn werk geen enkele subsidie. De advocaten zijn aan de eisers toegewezen,  de kosten die gemaakt moesten worden voor de voorbereidingen van deze procedure werden tot nu toe door de leden van het stichtingsbestuur uit eigen middelen betaald. De mogelijkheden daarvoor zijn in de naaste toekomst beperkt. Om die reden moet de Stichting een beroep doen op u om de actie van de slachtoffers te steunen. Wij danken u bij voorbaat.

U kunt uw bedrage overmaken naar de Rabobank, rekeningnummer 13.19.28.341 t.n.v. Stichting K.U.K.B. te Heemskerk o.v.v. Donatie proceskosten Rawagedeh.

drs. H. van Bommel, lid Tweede kamer.
ds.drs. K. J. Buist.
Igor Cornelissen, auteur/journalist
drs. Jan Eijken, r.k. pastor
M. Ferares, auteur.
prof. L. Heerma van Voss (IISG)
prof.dr. J. Hueting
dr.J. Kircz  (univ. Amsterdam).
prof.dr. M. v.d. Linden (IISG).
prof. J. Lucassen (IISG).
dr. J. W. Stutje (univ. Groningen).

 
ISRAEL PIRATENSTAAT Afdrukken

 

Men behoeft geen jurist te zijn om vast te stellen dat de overval van het Israelische leger op de zes ongewapende schepen met hulpgoederen voor Gaza op 31 mei jl. en het doden en verwonden van weerloze opvarenden in internationale wateren een schending van de internationale rechtsregels is geweest.

 

 

                                                                                ****

 

WE ZIJN GEEN TALIBAN=ZENDER !

 

De vijf bekendste omroepsters van de Arabische, te Qatar gevestigde televisiezender Al-Jazira,hebben geweigerd de kleding te dragen die door de leiding van de zender verplicht werd gesteld. Hun argument: We zijn toch geen Taliban-omroep. Uit protest hebben ze alle vijf ontslag genomen.

 

MET KOGELS DOORZEEFD

 

Zeven van de negen lichamen van opvarenden van de Mavi Marmara, een van de schepen, die op 31 mei op weg waren naar Gaza met levensmiddelen en hulpgoederen voor de Palestijnse bevolking, zijn doorzeefd met kogels. De meeste doden werden in het hoofd getroffen.door de Israelische militairen die het schip enterden. Aldus de autopsie-rapporten uit Turkije.

De advocaat van de familie van de slachtoffers verklaarde dat hiermee het bewijs wordt geleverd dat de Israelische militairen niet geschoten hebben uit zelfverdediging, zoals de Israelische regering beweert, maar opzettelijk om hulpverleners te doden.

 

TV 5. 28 juni 2010

flottile.gaza

De Israëlische marine op weg naar de vredesvloot op 31 mei 2010

 

 

Het optreden van Israël was strijdig met de Conventie van de Verenigde Natie inzake het zeerecht van Montego Bay uit 1982 die door honderdzestig landen is geratificeerd. Volgens deze conventie zijn de internationale wateren een gemeenschappelijk bezit en hebben alle landen het recht daar te varen. Niemand kan er politieactiviteiten uitvoeren, zoals bij voorbeeld, een schip dat onder de vlag van een ander land vaart aanhouden en onderzoeken. Op die regel zijn vier uitzonderingen a. bij vermoeden van piraterij, b. het vervoer van slaven, c.  het varen zonder vlag; d. het uitzenden van niet toegestane radio-uitzendingen.

 

Als definitie van territoriale wateren van staten vermeldt de Conventie: twaalf zeemijl vanaf hun kusten.  De zone waar een land economische exclusiviteit geniet is 200 zeemijlen vanaf de kusten. Sedert het aan de macht komen van Hamas in Gaza heeft Israël zijn territoriale wateren eenzijdig vergroot tot 40 zeemijlen. Deze uitbreiding is door de internationale gemeenschap niet erkend. Dit niet erkennen heeft echter geen enkel gevolg gehad voor Israël.

 

In november 2009 heeft Israël bij Cyprus een schip zesentachtig zeemijl van zijn kust aangehouden dat onder de vlag van Antigua voer en wapens voor Hamas aan boord had.

In december 2009 heeft Israël negentig zeemijlen van Gaza een schip, de Dignity,  aangehouden dat onder de vlag van Gibraltar voer en geladen was met hulpgoederen voor de bevolking van Gaza.

Tegen al deze schendingen van het primaire zeerecht door Israël hebben de ondertekenaars van de Conventie inzake de vrije zeevaart in internationale water niet gereageerd. Het is daarom ook niet waarschijnlijk dat deze staten werkelijk maatregelen tegen Israël zullen nemen voor de  overval op de humanitaire vloot op 31 mei 2010.

 
DE TWEEDE ISRAELISCHE OORLOG TEGEN GAZA Afdrukken

knesseth

De arabisch Israëlische afgevaardigde Hanin Zaobi (rechts), die aan boord was van het schip
Mavi
Marmara, werd in het Israelische parlement bedreigd door rechtse afgevaardigden.

In Israël is op 5 juni door duizenden mensen gedemonstreerd tegen de regering Nethanyahu/Lieberman. De demonstranten eisten de opheffing van de blokkade van Gaza en van de bezetting van alle Palestijnse gebieden. `In plaats van vrede brengt deze regering ons oorlog en hij brengt het bestaan van Israël in gevaar.’ De demonstranten spraken zich uit voor de totstandkoming van twee staten: Israël en een onafhankelijke Palestijnse staat.’ Tevens werd de vrije doortocht van schepen met hulpgoederen naar Gaza geëist’(ZDF 6.6.2010).

 

Op 5 juni is in tal van Europese steden ( o.a. in Londen, Parijs, Istanbul) door vele tienduizenden mensen gedemonstreerd tegen de Israëlische overvallen op de schepen met hulpgoederen voor de bevolking van Gaza. (TV5)

 

Bij de autopsie van de negen mensen die door de Israëlische commando’s werden gedood is gebleken dat sommigen van korte afstand met kogels werden doorzeefd. Een zestigjarige man kreeg kogels in zijn buik, borst, slaap en rug.  Een Amerikaan van Turkse afkomst kreeg vijf kogels in zijn gezicht. (The Guardian 5.6.2010)

 

De recente gebeurtenissen betekenen een historisch keerpunt.  De logica van de angst en het geweld moet doorbroken worden. Israël kan niet hopen zijn veiligheid te kunnen verdedigen als geen recht wordt gedaan aan het Palestijnse volk.  Een eerste stap is het opheffen van de blokkade van Gaza en het verlenen van humanitaire hulp aan een volk dat in gevaar is. Dat is de prijs die Israël moet betalen. ( Dominique de Villepin voormalig Franse premier 2005-2007 in Le Monde 5.6.10)

 

De blokkade van Gaza is het resultaat van vergiftiging met de theorie dat met geweld alles mogelijk is. Hij gaat uit van de onjuiste stelling dat Hamas door geweld kan worden overwonnen meer in het algemeen dat het Palestijnse probleem opgelost kan worden door geweld  in plaats van door diplomatie. Sedert de oorlog van zes dagen in 1967 is de doctrine van het geweld in Israël een idee fix geworden dat men als een mantra herhaalt. (Amos Oz. Le Monde 5.6.10)

 

Er is niets nieuws in het optreden van Israël voor de kust van Gaza. Er zijn heel wat andere voorbeelden waarbij Israël het gezonde verstand van de wereld in gijzeling nam. Het veroordeelt de toekomst door het heden te saboteren. Brengt zijn volk in gevaar door voor te wenden dat het volk beschermd wordt, beledigt zijn verleden uit naam van dat verleden. Houdt het in onwetendheid en haat tegenover de Palestijnen. Verandert ambassades in hulpen bij begrafenissen. Noemt zich democratisch en voert apartheit in…. (Dominique Essé, Libanees schrijver. Le Monde. 5.6.10)

 

De joodse staat moet ophouden zich als een villa in de jungle te beschouwen. ( Jaja Shehadeh. Palestijnse advocaat en schrijver. Le Monde 5.6.10)

 

 

 


Journaal-artikelen

Wat is uw mening?