| OVER BERSIAP GESPROKEN |
|
|
Er zijn nog heel wat lieden die over de `misdaden van Indonesiers' spreken die tegen Nederlanders en hun collaboateurs in Indonesie zouden zijn begaan tijdens de zogenaamde bersiapperiode. Hieronder drukken we een verslag af van Jacques de Kadt in Het Parool vlak na het einde van de Japanse bezetting in december 1945. Een verslag dat geen verder commentaar behoeft. Kampongs in brand gestoken In Batavia, Pedjambon, Tanah Tinggi, Senen, Petodjo ( gedeeltelijk) door Nederlanders en Ambonezen, Sawah Besar (gedeeltelijk) door Engelsen. Mr. Cornelis, Polonia door de Nederlanders en Ambonezen. Toen de Europeanen uit de kampen kwamen vonden ze de steden, de centra ervan en ruime woonstraten incluis, bevolkt door Indonesiërs. Het kostte enige moeite hen weer naar de kampongs terug te drijven, maar een verenigde actie van Engelsen, Churka’s en Jappen, heeft dit verricht, althans in Batavia. Nu is het hier vol met vrachtauto’s, jeeps, trucs, allen met Nederlandse vlag voorop, gevuld met gewapende mannen en jongens, het geweer in de aanslag, waakzaam. Er ontwikkelt zich een ware inlanderjacht. De bedrijvers zijn Ambonezen, Indo’s en Nederlanders. Zij rukken de Indonesiërs de kokardes af en dwingen hen die op te eten. Ze halen vlaggen naar beneden dringen in huizen van particulieren o.a. van Sjahrir, maar ook in kantoren van nationalisten binnen, nemen auto’s weg o.a. van Sjarifoeddin en bedreigen ieder die tegenstand biedt. Van tijd tot tijd gaat een troep op avontuur uit, een kampong binnen, zoekt naar wapens – niet in opdracht van de autoriteiten maar eigenmachtig – rooft waar er maar een kans op is en als er tegenstand wordt geboden, wordt er geschoten en de kampong mag blij zijn, als er niet getuchtigd wordt, dat wil zeggen als ze niet in brand wordt gestoken.
H.v.Randwijk in Vrij Nederland op 5 juli 1947
Meer verklaringen dan die wij hier publiceren, zijn in ons bezit o.a. een lange verklaring van M.Mantsjoer, oud 33 jaar geboren te Madjene, thans wonende in de kampong Rappokkalling, district Oedjoeng Tanah te Makassar, werkend als hoofd van de visafslag. In de streek bij Palloppo stierven ongeveer achtduizend mensen. Talrijke bestuursleden van de PNI ( Partai Nasional Indonesia, de partij van Soekarno MF) werden gevangen genomen en gedood zonder veroordeeld te zijn. Op 16 januari 1947 werden bij de aankomst van president Soekawati te Makassar op Pare-Pare 23 mensen op de pasar vermoord, waaronder zonen van de Radjah. Op 21 januari werden twee Radjahzonen gedood (Kareng Karoewisi en Kareng Manoejoe), voordat hun zaak was onderzocht en voor zij gevonnist waren. Op 3 maart 1947 werd Soeradi, hoofd van de vervolgschool gevangen genomen. Hij werd ondervraagd, maar niet geloofd. Daarna werd hij geslagen tot hij dood neerviel. Op 12 februari 1947 werd Abdoel Wahab onderwijzer aan de MULO-school opgepakt en opgebracht door luitenant Ritman. Abdoel Wahab antwoordde dat hij lid van geen enkele vereniging was. Hierna werd hij geslagen en zijn lichaam werd aan een touw opgehangen.Hij ligt nu nog in het kampement Mad -jene. Op 15 juni werd Abdoel Rasah gepakt door sergeant Ellywodo van Madjene. De hele dag werd hij aan een boom gebonden vol mieren. Vijftien dagen werd hij vastgehouden en veel geslagen. Daarna weer losgelaten en tot driemaal toe beticht van ondergrondse actie, \opnieuw gearresteerd. Zijn vrouw die zwanger was, werd eveneens opgepakt, en moest Op 12 december richtte het bestuur van Menara (Vereniging tot regeling van het Volksbelang) te Makassar zich met een brief tot de assistent-resident van Makassar en tot de burgemeester, waarin zij een groot aantal misdrijven met naam en datum noemden. De brief was ondertekend door Donggeng Dg.Ngasa en L. Daeng Gassing.
EN WAAROM GING HET ALLEMAAL?
In Het Parool van 28 december 1946, stond :
Gedurende de periode 1895-1939 waren de dividenden van de in Nederlands-Indië werkende maatschappijen 2 ½ maal zo groot als die van de hier te lande werkende ondernemingen . Terwijl in die periode het rendement van goudgerande obligatiën in ons land 3,7% bedroeg, was het gemiddelde rendement van veertien Indische maatschappijen met in totaal een kapitaal van 150 miljoen gulden, 15.9% en gedurende diezelfde periode het rendement van 13 Nederlandse ondernemingen met een totaal kapitaal van 600 miljoen gulden 6,2% beliep. Deze berekening kon aan de hand van enkele gegevens uit `De Nederlandse Conjunctuur’ van augustus 1939 worden samengesteld.. Hoewel wij er van overtuigd zijn, dat in de toekomst het verschil in dividend tussen in Nederland en in Indonesië werkende maatschappijen geringer zal worden, waren de verschillen in het verleden van dien aard , dat ook na een zekere reductie, investering in Indonesië nog aantrekkelijke kanten blijft bieden. **** DAT WAS DE TEMPO DOELOE , DE GOEDE OUDE TIJD, WAAROVER DE BLANKE BALLAST, DE KOLONIALE COUPONKNIPPERS, ZO GRAAG SPRAKEN. |
